Aminozuren

Aminozuren spelen een zeer belangrijke rol voor de gezondheid, zowel als de bouwstenen van eiwitten en ook als tussenproduct in de stofwisseling.

Mensen kunnen 10 van de 20 essentiële aminozuren zelf produceren. De overige 10 moeten uit voeding behaald worden. Gebrek aan zelfs maar 1 van de 10 essentiële aminozuren die we niet zelf kunnen maken, veroorzaakt degradatie van het lichaam. Het lichaam moet dan de spieren afbreken om het ontbrekende aminozuur te verkrijgen. In tegenstelling tot vet en zetmeel, heeft het menselijk lichaam geen mogelijkheid om extra aminozuren op te slaan voor later gebruik. De aminozuren moeten elke dag uit voedsel opgenomen worden.

De 10 aminozuren die we wel zelf kunnen produceren zijn alanine, asparagine, asparaginezuur, cysteïne, glutaminezuur, glutamine, glycine, proline, serine en tyrosine. Tyrosine wordt gemaakt van fenylalanine, dus als er in het dieet een tekort aan fenylalanine is, kan tyrosine indirect beschouwd worden als een aminozuur die we niet zelf kunnen aanmaken.

De essentiële aminozuren die we niet zelf aan kunnen maken zijn arginine (vereist voor jonge, nog groeiende mnsen, maar niet voor volwassenen), histidine, isoleucine, leucine, lysine, methionine, fenylalanine, threonine, tryptofaan en valine. Deze aminozuren zijn absoluut nodig in het dieet. Planten zijn in staat om alle aminozuren te maken. Mensen, daarentagen, beschikken niet over alle  enzymen die nodig zijn voor de biosynthese van alle 20 aminozuren.

De aminozuren die in eiwitten worden gevonden, maken een breed scala aan chemische veelzijdigheid mogelijk. Aminozuren kunnen vergeleken worden met de letters van het alfabet. Deze “letters” kunnen gecombineerd worden om “woorden” te vormen (eiwitten).  Deze “woorden” kunnen op verschillede manieren gecombineerd wordn om “zinnen” te vormen (de cellen).

De tertiaire structuur van een specifiek eiwit wordt bepaald door de volgorde van de basen van het gen van dat eiwit. De chemische eigenschappen van de aminozuren van eiwitten zijn bepalend voor de biologische activiteit van het eiwit. Eiwitten katalyseren niet alleen alle reacties in levende cellen, ze controleren vrijwel alle cellulaire processen. Eiwitten bevatten binnen hun aminozuursequenties de informatie om te bepalen hoe het eiwit zich vouwt in een driedimensionale structuur, en de stabiliteit van de resulterende structuur te bepalen.

Het onderzoeks gebied van de manir waarop eiwitten zich vouwen en de stabiliteit van eiwitten is een uitermate belangrijk, en blijft vandaag de dag nog steeds een van de grootste onopgeloste mysteries in de wetenschp. Het wordt echter actief onderzocht, en voortgang wordt geboekt elke dag.

Een van de belangrijke redenen om aminozuur structuur te onderzoeken, en de eigenschappen te begrijpen, is om ook de eigenschappen van eiwit-structuur te begrijpen. Zelfs kleine, relatief eenvoudige eiwitten zijn enorm complex, en bestaan uit de kenmerken van de samenstelling van de eigenschappen van de amino acids die het eiwit opmaken.

Essentiële aminozuren

Mensen kunnen 10 van de 20 essentiële aminozuren zelf produceren. De overige 10 moeten uit voeding behaald worden. Gebrek aan zelfs maar 1 van de 10 essentiële aminozuren die we niet zelf kunnen maken, veroorzaakt degradatie van het lichaam. Het lichaam moet dan de spieren afbreken om het ontbrekende aminozuur te verkrijgen. In tegenstelling tot vet en zetmeel, heeft het menselijk lichaam geen mogelijkheid om extra aminozuren op te slaan voor later gebruik. De aminozuren moeten elke dag uit voedsel opgenomen worden.

De 10 aminozuren die we wel zelf kunnen produceren zijn:

  1. alanine,
  2. asparagine,
  3. asparaginezuur,
  4. cysteïne,
  5. glutaminezuur,
  6. glutamine,
  7. glycine,
  8. proline,
  9. serine
  10. en tyrosine. (Tyrosine wordt gemaakt van fenylalanine, dus als er in het dieet een tekort aan fenylalanine is, kan tyrosine indirect beschouwd worden als een aminozuur die we niet zelf kunnen aanmaken).

De essentiële aminozuren die we niet zelf aan kunnen maken zijn

  1. arginine (vereist voor jonge, nog groeiende mnsen, maar niet voor volwassenen),
  2. histidine,
  3. isoleucine,
  4. leucine,
  5. lysine,
  6. methionine,
  7. fenylalanine,
  8. threonine,
  9. tryptofaan en
  10. valine.

Deze aminozuren zijn absoluut nodig in het dieet. Planten zijn in staat om alle aminozuren te maken. Mensen, daarentagen, beschikken niet over alle  enzymen die nodig zijn voor de biosynthese van alle 20 aminozuren.